The Global Violin Project – Tilburg, Nederland

Al enkele jaren speel ik in mijn geboortestad Tilburg. Het begon in de zomer van 2017 toen ik vrienden werd met een Spaanse violist die op hetzelfde conservatorium kwam studeren. We hadden beiden geen bijbaan dus we besloten al gauw om vioolduetjes op straat te spelen om zo wat geld op te halen terwijl we beiden konden doen waar ons hart ligt. We studeerden werken van Bach, Leclaire, Pleyel en andere componisten in en gingen al gauw de straat op. We speelden op wekelijkse basis, vaak op zaterdagen en kozen de beste plekjes in het centrum. Het ging financieel al gauw erg goed en toeschouwers gaven ons flink wat geld. Vaak stopten mensen om even naar ons te luisteren, vooral tijdens delen die sneller of technisch lastiger zijn. In één dag met zo’n twee uur vioolspel konden we genoeg geld ophalen om vier of vijf dagen eten van te kopen, terwijl de reactie van het publiek altijd positief was. Vaak werden we bedankt voor ons spel en het “brengen van leven aan Tilburg”.

Na de zomer van 2017 besloot ik om hetzelfde te doen maar dan alleen. Of ik genoeg geld zou weten te verdienen en een positieve reactie uit zou kunnen lokken. Verrassend genoeg werkte het alleen even goed, alhoewel het wel lastiger is om in je eentje te entertainen in plaats van twee. Desalniettemin werkte het prima op gebied van donaties en waardering.

Ik heb zeker veel geleerd van het structureel spelen op straat in de afgelopen twee jaar. Een merkwaardige waarheid is dat kinderen van ongeveer twaalf jaar of jonger je altijd aankijken wanneer je speelt. Vaak staren ze zelf. Des te jonger ze zijn, des te langer ze me aanstaren. Soms leidt het ertoe dat ze niet meer voor zich kijken; dan vragen ouders zich af wat hun kindje zo bezighoudt. Al vaak heb ik me afgevraagd waarom het zo is dat kinderen altijd geboeid zijn en blikken werpen. Wellicht is het de leeftijd die het zo maakt dat ze opener zijn voor nieuwe ervaringen en interesse.
Het is in dezelfde geest dat ouders met jonge kinderen vaak hun kind een les willen leren wanneer ze mij zien en horen spelen. Gebruikelijk – en dit kan ik inmiddels al vanaf een kilometer afstand aan zien komen – gaat het als volgt: de ouders zien mij spelen en gaan vervolgens met hun kind in gesprek terwijl ze vriendelijk naar me wijzen. Vervolgens geven ze een muntje aan hun kind en begeleiden ze hem/haar naar mijn vioolkoffer en vertellen hun kind dat het oké is om het in mijn koffer te gooien. Ontzettend aandoenlijk! Soms kan ik een tikkeltje luistervinken terwijl ik speel en dan hoor ik de ouders hun kind de les leren dat men overal en altijd schoonheid kan tegenkomen en dat men dat moet waarderen. Dat, maar dan uiteraard in kindertaal! Het zijn ook dat soort ouders die me vaak het vriendelijkst toelachen waarop ik ze bedank door een knikje en een glimlach nadat ik hun kindje bedank voor de gift. Vaak rennen de kinderen dan op een verlegen manier terug naar hun mama.
Naast kinderen en hun ouders ontvang ik de meeste donaties van ouderen. Vaak is het de wat oudere dame die naar me toe komt en een praatje komt maken, maar zij zijn echter in de kleine meerderheid. Mensen van alle kleuren, leeftijden, achtergronden en geslachten komen naar me toe en geven genereuze donaties. Het is lastig te zeggen welke sociale groep dominant is op financieel gebied of het maken van een praatje. Dat dat zo is vind ik erg aangenaam. Het zou me zorgen baren als het óf alleen oude mensen, óf alleen mensen uit de bovenklasse zou zijn, maar gelukkig is dat stellig niet het geval.

Ik houd ervan om te spelen in mijn geboortestad en tegelijkertijd een zakcentje bij te verdienen, dus besloot ik om dit de gehele zomer van 2018 te doen, drie dagen per week: van vrijdag tot en met zondag. Daarmee kon ik zo’n 100€ per week verdienen. Echter, het gevoel dat je iets bijdraagt aan het doen opleven van de stad waarin je woont, je gewaardeerd voelen en kunst niet beperken tot uitsluitend muziekzalen is voor mij minstens evenveel waard.